India - deel 2
16 september 2015 - Kathmandu, Nepal
Agra
In de ochtend zaten we alweer in de trein op weg naar Agra. Nu zal Agra geen belletje doen rinkelen bij de meeste, maar hier bevindt zich de Taj Mahal. Na een niet al te lange reis voelde ik ik me wederom niet al te best. De diarree was nooit helemaal weg gegaan en begon nu weer heel erg op te spelen. We hadden een hotelkamer zonder airco geboekt, maar dit hokje was net een sauna, dus deden we maar gauw een upgrade naar toch een kamer met airco. Het was een woensdag wat dus betekende dat we de volgende dag de Taj Mahal moesten bezoeken, want op vrijdag is deze gesloten voor toeristen. Dus we gingen vast naar het boekingskantoor om een kaartje voor de volgende dag te kopen en hebben even wat proberen te lunchen. Ik kreeg geen hap door mijn keel en ben vervolgens in bed gaan liggen. Na even geslapen te hebben en met hele gekke hallucinerende dromen, drong Amber aan om toch eens mijn temperatuur op te nemen want ze vond wel dat ik warm aanvoelde. Ik had koorts, namelijk 38,2 graden Celsius. Shit, toch zieker dan ik dacht… Dan maar aan een antibioticakuur beginnen. Maar ja we zijn nu eenmaal in Agra en ik wilde de Taj Mahal bij zonsondergang van de overkant van de rivier zien! Amber zei nog dat het niet erg was om niet te gaan, maar daar was geen sprake van. Dus mezelf bij elkaar geraapt, antibiotica geslikt en een tuktuk gezocht. Het was best een eindje rijden en we waren nog net op tijd. Het is toch echt wel prachtig om te zien hoor! Wat een geweldig gebouw! Bij terugkomst in het hotel wat proberen te eten en op tijd naar bed. De volgende ochtend moesten we om 6 uur al bij de poort van de Taj Mahal staan om hem te zien bij zonsopkomst.
Ik voelde me nog niet veel beter, maar wat doe je als dit de enige dag is dat je de Taj Mahal kunt bezoeken, juist gewoon even doorzetten. Dus we stonden tegen 6 uur al bij de poort! Jammer is dat het dan al licht is eigenlijk en je de zon dus helemaal niet ziet opkomen… Wat trouwens ook heel vreemd is, is dat je met je super dure kaartje (je betaalt 750 roepies en een Indiër maar 20 roepies entree) wel de hele dag toegang hebt tot de Taj Mahal maar, maar dat je niks te eten mee mag nemen en dat er in het complex ook niks te koop is. Bovendien mag je er maar 1 keer mee naar binnen, dus je kunt niet even ergens gaan lunchen en dan later weer terugkomen. Moet je gewoon weer 750 roepies betalen… Ook mag je geen guidebook meenemen en ook geen rugzak. Dus we hadden een katoenen tasje van Amber waar we dan ons fototoestel, geld en mobieltje in konden stoppen. Ohja en je krijgt wel een flesje water, dus die hadden we mee en overschoentjes! Een filmcamera mocht ook niet, maar heb mijn nep GoPro toch binnen gesmokkeld ;) Ik moet eerlijk zeggen, ik was echt wel overdonderd door de schoonheid van de Taj! Van de buitenkant dan weliswaar, want de binnenkant stelt weinig voor. Er is op best een afstand van de Taj een platform en overal staat dat je alleen vanaf hier foto’s mocht maken en zeker niet verder. Dus we hebben hier maar een gehele fotoshoot gedaan, maar toen we verder liepen zagen we dat iedereen nog gewoon foto’s maakte. Tsja, dan doe ik dat ook gewoon natuurlijk!!! Dus van verschillende locaties hebben we nog foto’s genomen en daarna zijn we naar binnen gegaan. Terwijl we om de beurt stonden te poseren, kwam er plots een bewaker op ons afgestapt met de vraag ‘you miss mobile?’. Dus ik denk nog: ‘wat moet hij van ons?’. Ik had mijn mobieltje gewoon in mijn broekzak zitten, maar Amber had hem in de tas gestopt en ging voor de zekerheid maar even kijken of hij daar nog in zat. Shit nee! We waren gewoon gerold bij de Taj Mahal De bewaker wees naar zijn baas die iets verderop op een bankje zat en zei dat hij Amber haar mobieltje had. Dus wij naar hem, waarna hij uitlegde dat ze iemand het hadden zien doen en hem hadden gepakt en aan de hand van de foto’s konden ze ons traceren. En we kregen de telefoon gewoon netjes terug! Wat een geluk!
Omdat we hadden gelezen dat je eigenlijk de hele dag moet blijven, zodat je het lichtspel van de zon op de Taj kunt aanschouwen (hoe moet dat dan met 250 ml water en niks te eten?!), besloten we om maar een rustig plekje te zoeken en te wachten. Op het gras mag je niet zitten, maar er stonden wat stalen bankjes. We zijn op zo’n bankje gaan liggen en hebben als echt Indiërs onze ogen gesloten en gewoon echt even liggen slapen. We passen ons heus wel aan hoor aan de cultuur! Ik moet zeggen dat ik niet kan spreken van een prachtig lichtspel, maar de hemel was opengetrokken en het licht was nu wel beter voor het maken van foto’s, dus dat hebben we dan nogmaals maar gedaan. Toen zijn we maar gegaan en zijn we gaan ontbijten. Gezien de hitte hebben we een restaurantje met airco opgezocht en in dit restaurant raakte we aan de praat met twee Engelse jochies. Je kon in het restaurant ook films kijken en we besloten ‘Slumdog Millionaire’ op te zetten, want Amber had die nog nooit gezien. Ik geloof dat we er 3 uur over hebben gedaan om de film af te zien, want elke keer viel de stroom weer uit en moest alles opnieuw opgestart worden en de film doorgespoeld…. Maar goed de ochtend was zo voorbij gevlogen. Tijdens een van die ‘pauzes’, zag ik een half verlamde aap op straat. Hij sleepte met zijn achterlijf over de grond en was alleen. Ik heb wat bananen gekocht voor hem en hem die gevoerd. Hij was er blij mee! Gezien mijn lichamelijke toestanden het feit dat er in Agra verder niks te doen is, wilden we maar weer graag aan een zwembad gaan liggen. Nu kostte dat 400 roepies per persoon, maar via Booking konden bij het hotel met het zwembad ook 1 nacht verblijven voor 1700 roepies in totaal. Zo konden we dus deze dag en de volgende dag lekker relaxen aan het zwembad en was de overnachting bijna gratis. Want nu betaalden we ook 1000 roepies voor de kamer met airco. Dus na de film hebben we netjes uitgecheckt en zijn we verhuist. Het was fijn om even niks te moeten of geen lichamelijke inspanning te hoeven leveren en ik kon even aansterken.
We zouden de volgende nacht de trein nemen van een 30 km verderop gelegen station in Tundla. Bij het hotel hadden we al even gevraagd wat een taxi kostte en dat was 1200 roepies. Dat kan goedkoper natuurlijk! Dus wij in de ochtend op straat al een tuktuk driver aangesproken en het geregeld voor 450 roepies! Even telefoonnummers uitgewisseld en afgesproken dat hij ons om 20.00 kwam ophalen. Ook vroegen we aan het hotel of we kosteloos van de kamer gebruik konden blijven maken, aangezien ik nog steeds ziek was. Geen probleem. Dus die dag nog lekker zorgeloos aan het zwembad gelegen, wat gegeten, gedoucht en onze backpack weer ingepakt. Belt de tuktuk driver om 19.40 met het excuus dat hij ons niet kan halen want hij heeft hoofdpijn… Nou lekker dan en lekker op tijd! Dus wij gauw naar beneden, Amber gaat uitchecken en ik in de regen de straat weer op om een nieuwe tuktuk te regelen. Dat blijkt lastig, er staan er twee en beide zeggen dat ze door de regen niet kunnen rijden, dat het op de weg naar Tundla niet veilig is nu. Dus ik druip af naar binnen. En tot mijn grote verbazing zie ik dat Amber staat te foeteren en rood is aangelopen. Ze willen ons 2 overnachtingen rekenen omdat we pas zo laat uitchecken. Ja hallo?! We hebben vanochtend nog gevraagd of we kosteloos in de kamer konden blijven en dat was goed! Kennelijk sprake van een gevalletje miscommunicatie, maar we waren niet van plan om extra te gaan betalen! Ik wilde nog wel akkoord gaan met een half dag tarief, maar Amber was woest en dreigde contact op te nemen met Booking. Na veel gemopper en vele bemoeienissen van verschillende personeelsleden, werd dan toch maar de extra nacht ingetrokken en betaalde we gewoon 1 overnachting. Denk je alles goed geregeld te hebben….niks kan ooit normaal gaan in India! Maar vervolgens waren dus wel weer van hen afhankelijk voor een taxi. Dus ik vroeg op mijn liefst of ze toch een taxi voor ons wilde bellen en vroeg wat dat kostte. Het was 1500 roepies. Nou trok ik die kerel bijna over zijn balie heen, want het was gisteren nog 1200 roepies! AAAARRRGGGHHH!!! Wat een kut volk! (excuus voor het taalgebruik en de frustratie…) Hij gaat na geschreeuw van mij toch maar weer akkoord met 1200 roepies en belt de taxi, hij komt eraan, paar minuutjes. Nou die paar minuutjes werden bijna een half uur en dat werkte behoorlijk op onze zenuwen want we moesten een trein halen en hadden door heel die toestanden al vertraging opgelopen. Nu weten we dat alles tegen kan zitten en bouwen we altijd genoeg speling in, maar nu werden we toch wel zenuwachtig en Amber kon het niet laten nog een paar keer te vragen waar die fucking taxi nu bleef. Eindelijk stond hij dan voor de deur en konden we gaan. Gaat die kerel eerst nog even tanken pffff… Goed zonder benzine komt hij er niet, maar ik druk hem op het hart door te rijden want anders missen we de trein nog. Ja het was hem duidelijk. Maar 2 minuten later stopt hij weer om voor zichzelf wat chips te kopen. Nu was ik zo over de zeik dat ikzelf bijna achter het stuur wilde kruipen, maar Amber was ondertussen weer gekalmeerd en probeerde nu ook mij te kalmeren. Wat een gezeik. Na nog wat gemopper van mij, besluit de taxichauffeur zoals in Grand Theft Auto over de snelweg te racen. Bijna twee keer zagen we ons leven aan ons voorbij schieten toen er een vrachtwagen op ons af kwam gestormd, maar gelukkig werd een frontale botsing voorkomen. Na dit gevaarlijke ritje kwamen we dan toch nog op tijd aan in Tundla. We pakten onze backpacks uit de kofferback en durft die chauffeur nog om fooi te vragen ook. Ik ben lachend weggelopen. Wat een gek!
Goed we hadden het gehaald! Maar wat een grimmig station was Tundla, het voelde meteen niet goed aan. Gauw erachter komen vanaf welk perron onze trein vertrekt en dat bleek perron 3 of 4 te zijn. We moesten met zo’n loopbrug over de perrons heen en op perron 3 en 4 aangekomen nog maar eens gevraagd of we goed zaten. Ja het kon 1 van beide zijn, beetje vreemd maar oke dan maar weer. Er waren weer vele starende mannen en we waren zo goed als de enige toeristen. Ik zag iets verderop een Koreaans stel zitten en daar zijn we maar bij gaan zitten, sta je toch sterker. Zij hadden ook de trein naar Varanasi. We zaten te wachten en wachten, maar er kwam maar geen trein. Ook stond onze trein helemaal niet op het bord. Vreemd! Die Koreanen zaten nog gewoon heel rustig te wachten, dus ik vraag zo van vinden jullie het niet verdacht dat de trein niet komt en er niks op het bord staat. Blijkt dat ze een hele andere trein hebben, die vertrekt later dan die van ons en is een soort sprinter. Hun trein doet er 9 uur over om in Varanasi te komen, die van ons 14 uur! Waarom zitten wij niet in hun trein? Waarom hebben we dit treinkaartje gekregen? Hun trein stond dus wel op het bord, dus we moesten weer over de loopbrug, langs een plakkaat kots om bij de balie te vragen wat er met onze trein is gebeurd. Die heeft vertraging en komt waarschijnlijk pas rond 02.00 aan. Wat?! Moeten we nog 4 uur op dit station zitten. Kijk…behalve dat het midden in de nacht is en er vieze starende mannen staan, liepen er overal kakkerlakken rond, kwam er uit elk gat in de grond een rat opduiken en zaten er vogels in het dak die ons en de backpacks helemaal vol zaten de schijten! Nee dit was geen pretje… Die Koreaanse jongen had al eerder voorgesteld dat we in de vrouwenkamer gingen zitten, een afgesloten ruimte alleen voor vrouwen. Daar zouden we wel veilig zijn. Ik had hem met Amber meegestuurd om te gaan kijken of het wat was en ik bleef met zijn vriendin bij de tassen. Amber kwam terug met het verhaal dat het inderdaad een afgesloten ruimte was, dat er geen enkele vrouw in zat en dat er 10 vieze mannen voor stonden. Nou dat klinkt als een verkrachtingsruimte ipv veilige vrouwenruimte. Ons niet gezien! Dus we besloten om na het nieuws dat de trein 4 uur vertraging had, om ons op te dringen in het kantoortje van de enige kerel die Engels sprak. Hij was er niet zo blij mee, maar we zaten al en waren niet van plan weg te gaan. Dus daar zat hij dan met ons… Loopt er nog even een muis over Amber haar backpack, maar daar kijken we al niet meer van op. Hij zegt dat we beter naar de Station Chef, hij zou onze kaartjes misschien wel kunnen omzetten zodat we in die sprinter mee kunnen. Oke dat klinkt als een goed plan. Dus weer over de loopbrug, langs de kots, naar de andere kant van het station. Daar zit hij dan achter een groot bureau met vele telefoons. We laten onze kaartjes zien en vragen of hij ons alsjeblieft op die andere trein wil zetten. Nee helaas, dat gaat niet. We hebben de kaartjes online gekocht en dan kun je de kaartjes niet omzetten. Pfff…adem in, adem uit. Oke, nou goed hoe zorgen we er dan voor dat we op die sprinter komen? Er waren geen kaartje meer voor de klasse waar je een bedje krijgt, maar alleen voor de ‘general seats’, dan zit je dus tussen de vieze mannen en in de volksmond wordt die klasse ook wel de ‘free massage’ genoemd. Dat gaan we natuurlijk niet doen, dat is wederom een uitnodiging om ons te laten verkrachten. Maar er was een maar…als we nu die ‘general seats tickets’ kochten dan konden we daarmee naar de train chef (oftewel hoofdconducteur) en hem lief vragen of er geen bedje was voor ons. Moesten we dan wel een toeslag betalen, maar er was een kans. Goed we hadden dus twee keuzes: of we zaten uren vast of dit horror station en hoe zeker was het dat die trage trein dan wel kwam, of we kochten die kaartjes en moesten maar hopen dat er plek was. Optie twee klonk het meest aantrekkelijk, dus weer over de loopbrug, langs de kotst en terug naar de kaartverkopers die geen Engels spraken. Na vele gebaren was het nog steeds niet duidelijk dat we twee kaartjes wilden kopen en hij wuifde ons telkens weg. Ik dus weer dat kantoortje binnen gegaan van die wel Engels sprekende jongen en die schreeuwde dus dat we twee kaartjes wilde kopen. Nou weer wat getackeld. Terug naar het perron waar de Koreanen nog zaten te wachten en ook een Spaans stel was erbij komen zitten. Ik zat gewapend met een leeg flesje Sprite en sloeg elke kakkerlak dood die in de buurt kwam, ook ontweken we professioneel de vogelstront en toen kwam de trein binnen zetten. De train chef kwam de trap afgelopen en we snelden naar hem toe, we waren alleen niet de enige die iets van hem moesten. Nadat hij wat Indiërs had afgehandeld waren wij aan de beurt en hij zei dat het 2400 roepies zou kosten. Ondertussen begon de trein te rijden, je moet dan binnen een seconde een keuze maken en we zijn dus de rijdende trein ingesprongen met de train chef achter ons aan. Het eerste bedje was vrij en Amber en ik gingen daar samen op zitten. We hadden besloten dat we deze trein niet meer uit gingen, maar gingen ook niet die belachelijke 2400 roepies betalen (een treinkaartje kost normaal 600 roepies pp). De train chef kwam aanzetten en riep dus weer dat het 2400 roepies was, we zeggen dat we dat niet hebben en dat we best samen een bedje willen delen. Kunnen we hier niet gewoon blijven zitten met z’n tweeën? Nee dat ging niet. Hij had een lijst en daarop zat hij maar te puzzelen. Hij moest kennelijk uitvogelen wie er wanneer uit zou gaan of waar er nog een vrij bedje was. Hij verdwijnt weer. Ik besluit al het geld uit mijn portemonnee te halen en er 1000 roepies in te laten zitten. Hij komt terug en zegt dat hij twee bedjes heeft gevonden, maar die zijn in andere treincoupés. We zeggen dat we dat niet doen, dat we dan liever samen op 1 bedje slapen en dan we elkaar niet uit het oog willen verliezen. De discussie over de 2400 roepies begint weer opnieuw, Amber trekt haar zieligste gezicht en zegt dat we echt niet zoveel geld hebben, waarop ik mijn portemonnee pak en laat zien dat we maar 1000 roepies hebben. Ik pak dit eruit en zeg dat het voor hem is, als hij gewoon 1 bedje voor ons regelt. Weer verdwijnt hij en een paar minuten later staat hij weer voor onze neus en zegt ‘Come!’. Dus wij achter hem aan, in het tussenstuk van de trein zegt hij plots ‘Money!’, dus ik pak die 1000 roepies en geef die aan hem. Hij stopt ze gauw weg in zijn borstzakje en we lopen de coupe binnen en hij wijst een bedje aan. Het is gelukt!! We hebben hem gewoon omgekocht en een bedje bemachtigd. Toen we door de coupe liepen werd ik ineens bij mijn arm gegrepen, was het die Spanjaard. Hij zei dat hij samen met zijn vriendin in 1 bedje ging slapen en dat wij dus het andere bedje mochten hebben. Amber en ik hebben het even geprobeerd om opgefrommeld en op elkaar liggend in het ene bedje te slapen. Het was het bovenste bedje en er was dus maar weinig bewegingsruimte en de kans dat we naar beneden zouden donderen. Het was me al gauw duidelijk dat we zo geen oog dicht zouden doen en die Spanjaarden zaten maar twee plekjes verderop. Amber bleef hier liggen en ik ging terug naar de Spanjaarden om te vragen of ik echt in dat bedje mocht slapen en dat was geen probleem. Ze waren helemaal panisch om bestolen te worden en zaten met z’n tweeën met hun backpacks en rugzakken in één zo’n bedje. Ach ja, ik kon languit gaan liggen en heb nog best goed geslapen. Amber en ik hebben altijd wat koekjes en bananen bij ons als ontbijt en dat hebben we dankbaar met de Spanjaarden gedeeld. Dit was de ergste nacht in India, maar wat een avontuur!!!! Zo lig je de hele dag nog onbezorgd aan het zwembad en zo staat alles ineens op zijn kop en gaat alles mis… Maar uiteindelijk komt alles altijd wel weer goed ;)
Varanasi
Nou daar zijn we dan eindelijk in Varanasi, of eigenlijk ook weer een station in een nabijgelegen stadje. Het is een heilige maand in India en vele pelgrims zijn op weg naar Varanasi, dat heeft ervoor gezorgd dat de treinkaartjes uitverkocht waren. We moeten dus op zoek naar een tuktuk en dat is nooit moeilijk, want je zet 1 tap op het perron en er staan er al 5 voor je neus. Amber en ik hebben de tactiek ontwikkeld om ver door te lopen en dan zelf iemand aan te spreken. Helaas pakt dat niet altijd het beste uit… Zo hadden we dus iemand gekozen en in prijs onderhandeld. Hij vond het wat laag maar ging akkoord. Wat we niet wisten, was dat hij natuurlijk wat aan die prijs probeerde te doen. Zo ging hij met ons in de tuktuk nog op het station staan wachten. Na alles wat we die nacht hadden meegemaakt, zaten we hier echt niet op te wachten. We vragen hem dan ook of hij niet gewoon kan vertrekken. Hij wimpelt ons een beetje af met, maar na 10 minuten vind ik het wel genoeg. Hij kan of nu vertrekken of we zoeken iemand anders. Hij start dan toch zijn tuktuk maar. Het is echter nog niet over. Hij rijdt zo langzaam en roept naar mensen langs de weg dat hij naar Varanasi gaat. Twee mannen stappen in, een aan elke kant van hem. Ze stappen na enkele kilometers ook weer uit. Dan wil hij een kind meenemen en hij zegt dat ze maar bij ons op schoot moet gaan zitten. Sorry maar ik was niet in een al te best humeur en heb even erg bot duidelijk gemaakt dat dit niet ging gebeuren en hij nou echt door moest gaan rijden. Allejezus zeg! We komen aan in Varanasi waar hij ons bij een kruispunt afzet en zegt dat hij niet verder kan. Dat mag zogenaamd niet van de politie. Op mijn mobiel kan ik zien dat ons guesthouse nog best een eindje weg is, dus ik zeg rij gewoon door. Hij begint te mopperen en schreeuwen dat dat niet gaat. Maar ik zie gewoon andere tuktuks de straat in rijden! Ahhh wat een gedoe weer. Hij is echt niet van plan verder te rijden, dus we stappen maar uit en lopen met Google maps in de richting van het guesthouse. Het is bloedheet, mega druk, we zijn moe en nog steeds ziek, zwak en misselijk. We nemen dan toch maar een fietsriksja, na weer onderhandelen over de prijs stappen we in en laten hem beloven dat hij ons bij het guesthouse afzet en niet ergens anders. Het is heuvelopwaarts en hij heeft het zwaar met ons en onze backpacks in zijn fiets, dus ipv fietsend gaat hij duwend de heuvel op. Heuvelafwaarts gaat dan wel beter, gelukkig voor hem. We hadden al bijna medelijden, bijna…. Want ook hij stopt bij een kruispunt en zegt dat hij niet verder kan. Weer bullshit want ik zie andere riksja’s op de weg rijden! Dus wij weer mopperen en ik blijf gewoon stug zitten en zeg dat hij ons maar gewoon brengt. Hij spreekt andere mensen nog aan die zijn verhaal bevestigen maar ik ga die fucking riksja niet uit! Hup rijden met dat ding! Met veel tegenzin gaat hij de drukke straat in en weer probeert hij medestanders te vinden die ons moeten overtuigen van het feit dat hij niet verder kan. Het kan wel, hij wil niet! Op een gegeven moment kan hij inderdaad echt niet verder en moeten we nog een klein stukje over de weg voordat we onze weg in een smal steegje moeten gaan vinden. Maar hij heeft zeker nog 1 km gefietst en dat was voor ons een hele winst. We worden gelukkig vriendelijk ontvangen in ons guesthouse en ook de kamer is prima. Op het balkon, gelukkig wel achter tralies, zitten wat apen en natuurlijk kan ik het niet laten om ze onze koekjes te voeren! We besluiten op pad te gaan en die menigte in het oranje geklede pelgrims maar eens van dichtbij te gaan bekijken. We kijken onze ogen uit, wat een bizarre wereld. Je loopt in nauwe steegjes waar ze met een scooter doorheen rijden, waar koeien doorheen lopen, waar overal afval ligt. Vervolgens kom je op een grotere weg, die normaal begaanbaar is voor auto’s, maar nu is afgezet vanwege de vele pelgrims. Er staan dranghekken langs de weg, zodat mensen netjes in de rij gaan staan om een tempel binnen te gaan. Overal op straat staan mensen met hun verkoopwaar, van fruit en groente, tot oranje gekeurde kleding en kettingen, potjes om Ganges water in mee te nemen, chai thee en offergaven. Het is een gekkenhuis! We vinden onze weg naar de belangrijkste Dahashwamedh Ghat, volgens de legende heeft Brahma deze gecreëerd om Shiva welkom te heten, en het is hier super druk. Bedelaars zitten langs de weg. Kappers zijn bezig met mensen kaal scheren en knippen. Hele groepen pelgrims storten zich in de Ganges, dompelen zich onder, bidden, vullen hun potjes en nemen hele slokken van de Ganges. Het is een bizar schouwspel! We zijn de enige blanken daar en voelen ons redelijk ongemakkelijk. Na wat foto’s gaan we gauw even wat lunchen. Even bekomen van de indrukken. We lopen terug richting het guesthouse en besluiten om wat verder door het doolhof van steegjes te lopen. We komen bij een andere ghat aan en hier is het heel rustig. Er zijn in totaal 87 ghats in Varanasi en ze hebben alle een specifieke functie, zo worden sommige uitsluitend gebruikt voor puja’s (ceremonies) en andere alleen voor crematies. Bij deze gebeurt er niks, er staan wat geitjes en een groepje mannen spelen een spelletje. In de avond vinden we een leuk Koreaans restaurantje, even geen Indiaas eten. Mijn maag kan het ook niet meer aan en het wat neutralere Koreaanse eten is een verademing. De rest van de dag doen we rustig aan, want ik ben nog steeds niet lekker. De antibiotica slaat nog niet echt aan en ik begin nu ook meer last te krijgen van misselijkheid. En dat je dan in de meest stinkende stad van India zit helpt niet mee.
De volgende ochtend moeten we heel vroeg op, we gaan vanaf een bootje de zonsopgang bekijken en krijgen een rondleiding van de hotel manager. Bij het opstaan ben ik echter kotsmisselijk en ik hang even boven de wc. Lekker wakker worden… Bij elke koeienvlaai die ik tegenkom, draait mijn maag zich weer om. We komen weer aan bij de grootste ghat en daar krijgen we een kopje chai thee, ik sla vriendelijk het aanbod af. Vervolgens door de drukte, je zou het niet denken, maar om 5 uur is het al super druk met alle pelgrims, een bootje op. Vanaf een afstandje kunnen we de ochtendrituelen aanschouwen. Het blijft bizar. We varen langs de verschillende ghats en zien daar ook mensen baden en in de verte zien we een crematie. We zien niet veel meer dan wat smeulend hout. Later komen we weer aan wal bij een van de crematies ghats. We zien dat een boot vol ligt met brandhout. Ook aan wal ligt het brandhout meters hoog opgestapeld. Langs de kant van de weg kun je kruiden kopen en offergaven, dat verbrand je dan mee met de overlevende en dan stinkt het minder. Goed om te weten want even later mogen we bij een crematie gaan kijken. Daar sta je dan, op 1 meter afstand van nog wat smeulend vuur. Een lichaam was er niet meer in te bekennen. Erg vreemd dat de familie gewoon naast je staat en er geen probleem mee heeft dat je er bent. Een oude man loopt met een handjevol naar de Ganges en gooit het erin. De hotel manager legt uit dat hij de familie oudste is en dat tijdens de crematie niet alle botten helemaal verbrand worden. Deze worden dan dus handmatig in de Ganges gegooid. We zijn er wat stil van. Hoe bizar is dit! Het is alleen niet zo aangrijpend als ik misschien wel had verwacht, of niet zo eng ofzo. Misschien ook omdat we dus niet echt een lijk hebben gezien. Het is wel een van de vreemdste ervaringen van mijn leven. Interessant om misschien te weten, de Hindoes geloven natuurlijk in reïncarnatie en als je in Varanasi sterft en wordt verbrand op de Ganges dan doorbreek je deze cirkel en ben je bevrijdt voor altijd. Dan bereik je het nirwana. Maar als kinderen sterven of vrouwen die zwanger zijn, dan wil je de cirkel nog niet doorbreken. Ze krijgen dan de kans om nog een keer terug te keren naar de aarde om een heel leven te voltooien. Deze overleden worden dan dus niet verbrand, maar er wordt een steen aan ze geknoopt en ze worden op de bodem van de Ganges achtergelaten…. Alsof het al niet erg genoeg was dat mensen bidden en water drinken uit dezelfde rivier als waar lijken op worden verbrand, mensen zich in wassen en in ontlasten. Nee tot overmaat van ramp liggen er ook nog honderden lijken op de bodem weg te rotten! Gatverdamme… Maar onze hotel manager is echt overtuigd van de genezende krachten van het Ganges water en laat foto’s zien van toeristen die ook in de Ganges hebben gelegen. Ik ben al ziek genoeg en we willen ook nog lang niet dood, dus dit staat niet op onze Bucket list. We worden verder meegenomen naar een tempel die in Nepalese stijl is gebouwd en terug door de smalle steegjes van Varanasi naar het guesthouse. We bedanken hem vriendelijk en zoeken een plekje op om te ontbijten. Ik krijg echter echt geen hap door mijn keel en ben genoodzaakt om de rest van de dag op bed te gaan liggen. Maar elke avond is er een speciale ceremonie en deze wil ik toch niet missen! Dus je raapt jezelf weer bij elkaar en gaan met die banaan. We hadden van een Duits stel gehoord dat zij die dag ervoor waren geweest, dat het echt heel erg druk was en ze zich nogal onveilig hadden gevoeld. Het beste is om niet tussen de menigte te staan maar om het spektakel vanaf een bootje te bekijken. Met niet meer dan 100 roepies en een fototoestel gaan we de deur uit, als we niks bij hebben kan ook niemand ons bestelen. Het is inderdaad weer een gekkenhuis en nog drukker dan die ochtend. We banen ons een weg door de menigte naar de waterkant en iemand vraagt of we op een bootje willen. Ja dat willen we, hij wil weer een achterlijk hoge prijs natuurlijk en we zeggen dat we niet meer dan 100 roepies bij ons hebben. Hij gaat akkoord, natuurlijk want dat is de normale prijs! We moeten over verschillende bootjes klauteren om bij een achteraf gelegen bootje te komen, betalen doen we later. Eigenlijk kunnen we niet zo goed zien wat er aan de waterkant gebeurd, wel hebben we een prima uitzicht op de priesters die op een dak staan te zingen en klappen, maar dit is lang niet zo interessant. We klauteren dus over dezelfde bootjes weer naar voren en vinden nog ergens een plekje. Het lijkt niemand wat te interesseren dat we daar gaan zitten. We hebben echt het beste uitzicht zo en zien hoe mensen zich dus vol overgave de Ganges instorten. Ook zit er een priester, hij strooit bloemblaadjes in de Ganges, wappert met wat veren en speelt met vuur. Een vader zit met zijn twee schattige zoontjes in de Ganges en ze spelen met de kaarsjes die erop drijven. Er worden spreuken geschreeuwd en geklapt en als ik mee gaan doen, krijg ik duidelijk positieve respons van de pelgrims in het water. Ze vinden het wat prachtig! Er lopen twee kleine jongetjes rond die kaarsjes verkopen en dat proberen ze dus ook aan ons te doen. Maar helaas hebben we dus echt geen geld meer! Eén van die jochies vindt ons aardig en geeft ons gratis 1 van zijn kaarsjes. Dan smelt je hart toch! We doen het ritueel na, je moet die kaarsjes een paar keer voor je gezicht een bepaalde kant opdraaien, we hebben geen idee of we het goed doen maar doen ons best om vervolgens het kaarsje vrij te laten op de Ganges. We hebben onze ogen uitgekeken en werkelijk waar enorm genoten. Wederom heel bijzonder!
Amritsar
Na de laatste dag in Varanasi voornamelijk in bed te hebben doorgebracht, stapten we eind van de middag op het vliegtuig naar het in het noorden gelegen Amritsar. In de ochtend wilde Amber nog heel graag een lassi (yoghurt drankje) en dat gingen we na het ontbijt dus nog halen. Het was de lekkerste ooit, maar ze heeft er ook nog nooit zoveel spijt van gehad. We kwamen midden in de nacht pas aan bij ons hotel in Amritsar, wat werkelijk waar verschrikkelijk was. Het was een vieze muffige kamer en Amber werd met de minuut zieker. Er hing een soort benzine lucht en uiteindelijk hield ze het niet meer. Ze heeft heel de nacht boven de wc gehangen en het kwam er aan alle kanten uit. Eigenlijk wilde we maar 1 dag in Amritsar blijven, maar dat ging zo dus niet. Amber kon in deze toestand niet nog gauw de Gouden Tempel bezoeken om vervolgens uren in een bus te zitten. Tot overmaat van ramp kropen er ’s nachts ook nog wat beestjes over het bed en we hebben dus amper geslapen. In de ochtend hebben we dan ook gauw weer een luxe hotel met zwembad geboekt en bij het uitchecken hebben we gezegd dat we ontevreden waren omdat er beestjes in het bed zaten. De eigenaar was heel schappelijk en berekende geen kosten voor de overnachting. Natuurlijk probeerde hij ons een ander hotel aan te smeren, maar we hadden onze zinnen al gezet op het luxe hotel. We konden, ook al was het veel vroeger dan de gebruikelijk inchecktijd, al snel naar een kamer en we hebben prinsesheerlijk in onze schone bedden geslapen! Zo snel als Amber ziek was, zo snel knapte ze gelukkig ook weer op. Ze hoefde even niks te eten, maar voor de rest bleef alles wel weer binnen. Op het eind van de middag hebben we dan toch de Gouden Tempel maar bezocht. Je moet je hoofd bedekken en je voeten wassen voordat je binnen mag. Het is het belangrijkste heiligdom van de sikhs en iedereen die wil mag de tempel betreden ongeacht ras, huiskleur, geslacht of geloof. De sikhs zien er nogal typerend uit, ze hebben allemaal een tulband en een baard. Bij het betreden van de binnenplaats, waar je de Gouden Tempel te midden van een meer ziet liggen, voel je de rust en sereniteit al. Bij binnenkomst kun je een handje rijst of zoiets krijgen, het stonk enorm dus dit hebben we maar niet gedaan. Amber moest haar best doen om niet weer over haar nek te gaan… Binnen kun je ook een glas water krijgen. Je moet even in de rij staan om de tempel binnen te mogen, ze laten elke keer een groepje mensen binnen. Voordat je binnengaat knielen mensen bij de drempel en raken deze even aan met hun hoofd. Dus dat hebben Amber en ik ook maar gedaan. In de tempel zaten priesters en werd er muziek gemaakt. We konden in de tempel rondlopen en de verschillende etages bekijken en de mensen waren zeer vriendelijk. Rondom het meer is er ruimte om te bidden en kun je ook weer het water in om jezelf te ‘reinigen’. Het was zeer de moeite waard om mee te maken. We waren een van de weinige toeristen en buiten aangekomen zie ik dat een man ziet dat wij hem en zijn kleuter, die de andere kant op loopt, naderen. Het zal wel geluk brengen ofzo voor zijn kind, want zonder twijfelen tilt hij de kleuter op en slingert hem tegen mij aan. Zo heeft hij me toch even aangeraakt. De kleuter was denk ik net zo verbaasd als ik! We gaan nog een winkeltje in waar ze tulbanden verkopen, want Amber wil er een voor haar oom meenemen. Ze hebben ze in alle kleuren en maten. Het wordt een blauwe. Maar ja hoe moet zo’n ding nou om en hoe moet Amber dat thuis uitleggen? Je voelt hem al aankomen, ik was het proefkonijn en vakkundig werd de blauwe stof om mijn hoofd gewikkeld en Amber kon dit filmen. Ik heb de tulband voor de lol maar op gehouden en zo zijn we wat gaan eten bij de Subway, waar ik een complimentje kreeg: ‘nice turban madam’. Enig toch?! Ik voelde me verder niet voor paal staan hoor! Op straat wilde nog wat jongens met me op de foto en je zag mensen hun hoofd nog eens omdraaien om te bevestigen wat ze zojuist zagen, een blank meisje met een blauwe tulband! Het was hilarisch! Die avond nog heerlijk geslapen in onze lekkere bedjes en de volgende dag gingen we op weg naar de bergen.
McLeod Ganj
Er stond een lange reis voor de boeg, eerst een uur of 4 in de bus naar Pathankot om daar over te stappen op de bus naar Dharamsala. Dit verliep geheel soepel! Ook wel eens fijn voor de afwisseling ;) Vanuit Dharamsala moesten we dan weer een bus nemen verder de bergen op naar het dorpje McLeod Ganj. Eigenlijk paste het niet maar we werden de meest krakkemikkige bus ever in geduwd. De deur kon nog net dicht en als mensen eruit wilde moesten ze over ons en onze backpacks heen klimmen. Maar we zaten in de bus en waren weer op weg naar onze eindbestemming! McLeod Ganj is het hoofdkwartier van de Tibetaanse overheid in ballingschap en de woonplaats van His Holiness de 14de Dalai Lama. Er wonen vele Tibetaanse vluchtelingen en je ziet dan ook regelmatig in Tibetaanse monnik in vol ornaat door de starten lopen. Het is echt een super schattig bergdorpje, met een klein centrum waar langs de straten kraampjes staan waar de Tibetanen souvenirs aan de man proberen te brengen. We hadden een leuk hotel gevonden met mooi uitzicht op de vallei. Het was heerlijk om even uit de hitte te zijn, niet continue te zweten en te verkeren in een soort staat van rust. Want dit dorpje is zo veel rustiger dan we tot nu toe hadden meegemaakt. Niet de hele tijd getoeter en ook de Tibetanen zijn niet zo opdringerig en schreeuwerig als de Indiërs. We waren heel erg blij om onze reis hier af te kunnen sluiten.
We hadden eigenlijk bedacht dat we een trekking wilde doen hier, het liefst met overnachting op de berg. Dit werd alleen door iedereen sterk afgeraden in verband met het wisselende weer. Maar we konden wel zelf een korte trekking doen. Dus de volgende ochtend gingen we op pad, eerst over de weg richting het hoger gelegen dorpje Dharamkot om vervolgens onze weg naar de waterval van Bhagsu te vinden. De weg naar Dharamkot was vrij gemakkelijk, maar ik merkte toch echt dat mijn lichaam niet deed wat ik ervan gewend was. Ondertussen was mijn stoelgang eindelijk weer genormaliseerd en ook de misselijkheid was weg. Maar al die tijd ziek zijn had meer impact op mijn lichaam en conditie gehad dan ik dacht en dat ondervond ik dus nu. Als een slome uitgezakte geit liep ik bergopwaarts achter Amber aan; zwetend, hijgend en puffend. Terwijl Amber gewoon op haar teentjes als een jong vitaal berggeitje naar boven trippelde. Op weg naar Dharamkot kwamen we nog langs het Tibetan Institute of Performing Arts; dit instituut probeert de Tibetaanse cultuur te waarborgen. We kregen een kleine rondleiding en zagen hoe er werd gewerkt aan de kostuums die ze gebruiken voor optredens. Ook was er een groepje jongeren aan het repeteren en we mochten even genieten van Tibetaanse dans en zang. Het genootschap reist ook regelmatig naar het buitenland voor optredens, om zo andere mensen inzicht te geven in de Tibetaanse cultuur. De weg vervolgde bergopwaarts tot Dharamkot en vanuit daar moesten we de weg naar de waterval zien te vinden. De weg naar Bhagsu was dan weer bergafwaarts maar was niet echt een weg, we moesten een beetje door het dorpje en uiteindelijk liepen we door een maisveld en konden we niet meer verder… Hmm dit was vast niet goed. Stukje terug gelopen en nogmaals de weg gevraagd en toen werden we in de juiste richting gewezen. Door een stukje bos kwamen we in het volgende dorpje terecht, waar we even hebben zitten lunchen. Apart om te zien dat de toeristen die hier komen van die echte hippies zijn. Ik vraag me dan af of ze een statement willen maken of dat ze gewoon zo zijn. Ze hullen zichzelf in gewaden, doen daar een cursus houtbewerking, hebben dreads en het lijkt ook of persoonlijke hygiëne geen enkele prioriteit meer heeft. Of ze doen aan waterbesparing om zo hun steentje bij te dragen aan het milieu, maar ga dan gewoon af en toe in de rivier liggen alsjeblieft! Ieder z’n ding natuurlijk…. Op onze weg naar de waterval, waarvan we hadden verwacht dat die ergens in de wilde natuur zou liggen, kwamen we door een druk dorp met heel veel Indiase mannelijke toeristen. Nu zijn we gedurende al die weken India al heel wat aangestaard en aangesproken, maar dit overtrof alles. Het was een zee van mannen die zichzelf allemaal bijster interessant en knap vonden en ze voelden dan ook allemaal de behoefte om naar ons te kijken en contact te maken. Wel duizend keer werd er geroepen ‘Snap please?!’ waarmee ze bedoelen te vragen of we met ze op de foto willen. Nou nee dankjewel, we slaan even over… We werden er echt mega chagrijnig van en als tot overmaat van ramp er zo’n gastje met zonnebril op je af komt lopen en je vast wil gaan pakken dan is bij mij toch de maat echt wel vol! Ik heb hem hardhandig weggeduwd! Wat denkt hij wel niet, dat hij het recht heeft om zomaar elke vrouw te betasten. Sodemieter op zeg! Om de waterval te bekijken moesten we weer een stukje bergopwaarts over een smal paadje. Echt geen pretje tussen al die mannen, waarvan sommige je ook nog eens achtervolgen. We zijn snel omhoog gelopen, hebben de waterval gezien en zijn nog harder weer naar beneden gelopen en gauw onze weg vervolgt terug naar onze lieve Tibetanen in McLeod Ganj. Wat een stom volk!
De volgende ochtend begonnen we lekker actief met een lesje yoga. Zonder enige introductie werd de les begonnen en Amber en ik hebben ons in allerlei bochten gewrongen gedurende 1 ½ uur. Gelukkig liepen er wat yoga docenten in opleiding rond die ons wat konden helpen, wat de docent was nauwelijks verstaanbaar en het tempo redelijk hoog. Maar het was heerlijk om te doen en fijn om even alle spieren van je lichaam te gebruiken. In de middag hebben we een bezoekje gebracht aan het Tsuglagkhang Complex, dit bevat een Tibetaanse tempel, de officiële residentie van de Dalai Lama en het Tibetaanse Museum. Het was mooi om te zien hoe er tientallen monniken in de tempel waren om met elkaar te discussiëren. Wat ze dan doen is tegenover elkaar gaan staan en degene die aan het woord is zet kracht bij zijn woorden door hard in zijn handen te klappen. We hadden natuurlijk geen idee waar ze het over hadden… Maar ook hier waren weer hordes Indiase mannen die ons het leven zuur maakte. We zitten gewoon rustig naar de monniken te kijken om vervolgens door al die domme mannen omsingeld te worden. En ze gaan gewoon niet weg hè?! Of we nou vriendelijk nee zeiden, ze negeerden of bot tegen ze deden. Ze bleven gewoon staan, maakten foto’s van ons en staarden ons aan. Pfff, je bent hier als een bezoeker in een Tibetaanse tempel en waar sta je naar te kijken, naar twee blanke meisjes! We deden nog even navraag of de Dalai Lama geen tijd had voor een theetje met ons, maar dit was helaas niet het geval. Het Tibetan Museum was erg aangrijpend, de situatie in Tibet is geen pretje voor de Tibetanen zelf. Ze worden door de Chinezen enorm onderdrukt en afgelopen jaren hebben vele mensen zichzelf in brand gestoken om zo politieke aandacht te vragen en op te komen voor hun eigen vrijheid. Sta je daar met tranen in je ogen naar een film te kijken, komen er toch weer van die Indiërs vragen of ze met ons op de foto mogen. Onrespectvoller kan haast niet… Ik hoop dat de situatie in Tibet ooit verbeterd, een volk dat gelooft in vrede, compassie en het oplossen van conflicten zonder geweld. De Chinese bezetting van Tibet is voor vele van jullie wel bekend. In 1949 viel China Tibet binnen vanwege de strategische ligging, de imperialistische ambities van de Chinese Communistische Partij, de aanwezigheid van grondstoffen en de overtuiging van China dat Tibet van oudsher bij het Chinese moederland hoort. Naar schatting zijn meer dan een miljoen Tibetanen gestorven door de bezetting en vele zijn gevlucht. De Tibetanen voeren een geweldloze strijd om hun vrijheid terug te winnen, hiervoor ontving de Dalai Lama in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede. De strijd is niet langer gericht op onafhankelijkheid, maar op een ware autonome status voor Tibet binnen de Volksrepubliek China. Helaas zijn er tot op heden nog geen concrete resultaten bereikt. Meer druk van de internationale gemeenschap op China is nodig om tot een duurzame oplossing te komen. Helaas lijkt het omgekeerde te gebeuren. Van 14 tot 22 september is de Dalai Lama in Engeland en de Britse regering heeft onder Chinese druk besloten om hem op geen enkele manier te ontvangen. Het is schandalig dat er zo wordt omgegaan met iemand die staat voor vrede en mededogen. Om aandacht hiervoor te vragen zou ik jullie willen verwijzen naar de websites stopchina.nl, savetibet.nl en openarms2015.net.
Die avond hebben we ons nog even verder ondergedompeld in de Tibetaanse cultuur en hebben we in de bioscoop de film ‘Kundun’ bekeken. Een aanrader! De volgende ochtend was de laatste dag in McLeod Ganj, Amber is in de ochtend nog naar een yoga les geweest en ik heb me op dit boekwerk gestort. Voordat we ’s avonds de bus instapten zijn we nog gaan dineren bij ons favoriete restaurant. Echter, toen het tijd was om naar de bus te lopen, begon het enorm te regenen. We hadden geen keuze en moesten toch echt door deze stortbui naar de bus. We hebben ons in meerder poncho’s gewikkeld om niet alleen onszelf maar ook onze tassen droog te houden. En toen hebben we het op een rennen gezet! De weg leek wel een rivier geworden en we stonden dan ook tot onze enkels in het water. Eenmaal bij de bus aangekomen waren we vanaf ons kruis tot onze tenen doorweekt, maar ons bovenlijf en de tassen waren droog! We hadden de nachtbus terug naar Delhi en met een slaappil op hebben we prima geslapen.
De laatste dag in Delhi hebben we niet zoveel meer gedaan, even alle foto’s en filmpjes uitgewisseld en op een terrasje gezeten. En ’s avonds onze laatste avond goed afgesloten met een lekker etentje en een biertje. Ik vertrok de volgende ochtend al vroeg naar Thailand en Amber zou later die dag terug naar Nederland vliegen.
Al met al hebben we een top tijd gehad in India. Ondanks alle frustraties en tegenslagen, waren er dus ook vele overwinningen en mooie, bijzondere momenten. Ik ben enorm dankbaar dat ik dit met Amber heb mogen delen en ben blij dat ze het een maand met me heeft volgehouden ;) We waren een goed team en de Indiërs hebben ons niet klein gekregen!
Dankjewel lieve Amber voor dit onvergetelijke avontuur! Love you!
En ik hou van jullie allemaal!!!
Liefs Carmen
In de ochtend zaten we alweer in de trein op weg naar Agra. Nu zal Agra geen belletje doen rinkelen bij de meeste, maar hier bevindt zich de Taj Mahal. Na een niet al te lange reis voelde ik ik me wederom niet al te best. De diarree was nooit helemaal weg gegaan en begon nu weer heel erg op te spelen. We hadden een hotelkamer zonder airco geboekt, maar dit hokje was net een sauna, dus deden we maar gauw een upgrade naar toch een kamer met airco. Het was een woensdag wat dus betekende dat we de volgende dag de Taj Mahal moesten bezoeken, want op vrijdag is deze gesloten voor toeristen. Dus we gingen vast naar het boekingskantoor om een kaartje voor de volgende dag te kopen en hebben even wat proberen te lunchen. Ik kreeg geen hap door mijn keel en ben vervolgens in bed gaan liggen. Na even geslapen te hebben en met hele gekke hallucinerende dromen, drong Amber aan om toch eens mijn temperatuur op te nemen want ze vond wel dat ik warm aanvoelde. Ik had koorts, namelijk 38,2 graden Celsius. Shit, toch zieker dan ik dacht… Dan maar aan een antibioticakuur beginnen. Maar ja we zijn nu eenmaal in Agra en ik wilde de Taj Mahal bij zonsondergang van de overkant van de rivier zien! Amber zei nog dat het niet erg was om niet te gaan, maar daar was geen sprake van. Dus mezelf bij elkaar geraapt, antibiotica geslikt en een tuktuk gezocht. Het was best een eindje rijden en we waren nog net op tijd. Het is toch echt wel prachtig om te zien hoor! Wat een geweldig gebouw! Bij terugkomst in het hotel wat proberen te eten en op tijd naar bed. De volgende ochtend moesten we om 6 uur al bij de poort van de Taj Mahal staan om hem te zien bij zonsopkomst.
Ik voelde me nog niet veel beter, maar wat doe je als dit de enige dag is dat je de Taj Mahal kunt bezoeken, juist gewoon even doorzetten. Dus we stonden tegen 6 uur al bij de poort! Jammer is dat het dan al licht is eigenlijk en je de zon dus helemaal niet ziet opkomen… Wat trouwens ook heel vreemd is, is dat je met je super dure kaartje (je betaalt 750 roepies en een Indiër maar 20 roepies entree) wel de hele dag toegang hebt tot de Taj Mahal maar, maar dat je niks te eten mee mag nemen en dat er in het complex ook niks te koop is. Bovendien mag je er maar 1 keer mee naar binnen, dus je kunt niet even ergens gaan lunchen en dan later weer terugkomen. Moet je gewoon weer 750 roepies betalen… Ook mag je geen guidebook meenemen en ook geen rugzak. Dus we hadden een katoenen tasje van Amber waar we dan ons fototoestel, geld en mobieltje in konden stoppen. Ohja en je krijgt wel een flesje water, dus die hadden we mee en overschoentjes! Een filmcamera mocht ook niet, maar heb mijn nep GoPro toch binnen gesmokkeld ;) Ik moet eerlijk zeggen, ik was echt wel overdonderd door de schoonheid van de Taj! Van de buitenkant dan weliswaar, want de binnenkant stelt weinig voor. Er is op best een afstand van de Taj een platform en overal staat dat je alleen vanaf hier foto’s mocht maken en zeker niet verder. Dus we hebben hier maar een gehele fotoshoot gedaan, maar toen we verder liepen zagen we dat iedereen nog gewoon foto’s maakte. Tsja, dan doe ik dat ook gewoon natuurlijk!!! Dus van verschillende locaties hebben we nog foto’s genomen en daarna zijn we naar binnen gegaan. Terwijl we om de beurt stonden te poseren, kwam er plots een bewaker op ons afgestapt met de vraag ‘you miss mobile?’. Dus ik denk nog: ‘wat moet hij van ons?’. Ik had mijn mobieltje gewoon in mijn broekzak zitten, maar Amber had hem in de tas gestopt en ging voor de zekerheid maar even kijken of hij daar nog in zat. Shit nee! We waren gewoon gerold bij de Taj Mahal De bewaker wees naar zijn baas die iets verderop op een bankje zat en zei dat hij Amber haar mobieltje had. Dus wij naar hem, waarna hij uitlegde dat ze iemand het hadden zien doen en hem hadden gepakt en aan de hand van de foto’s konden ze ons traceren. En we kregen de telefoon gewoon netjes terug! Wat een geluk!
Omdat we hadden gelezen dat je eigenlijk de hele dag moet blijven, zodat je het lichtspel van de zon op de Taj kunt aanschouwen (hoe moet dat dan met 250 ml water en niks te eten?!), besloten we om maar een rustig plekje te zoeken en te wachten. Op het gras mag je niet zitten, maar er stonden wat stalen bankjes. We zijn op zo’n bankje gaan liggen en hebben als echt Indiërs onze ogen gesloten en gewoon echt even liggen slapen. We passen ons heus wel aan hoor aan de cultuur! Ik moet zeggen dat ik niet kan spreken van een prachtig lichtspel, maar de hemel was opengetrokken en het licht was nu wel beter voor het maken van foto’s, dus dat hebben we dan nogmaals maar gedaan. Toen zijn we maar gegaan en zijn we gaan ontbijten. Gezien de hitte hebben we een restaurantje met airco opgezocht en in dit restaurant raakte we aan de praat met twee Engelse jochies. Je kon in het restaurant ook films kijken en we besloten ‘Slumdog Millionaire’ op te zetten, want Amber had die nog nooit gezien. Ik geloof dat we er 3 uur over hebben gedaan om de film af te zien, want elke keer viel de stroom weer uit en moest alles opnieuw opgestart worden en de film doorgespoeld…. Maar goed de ochtend was zo voorbij gevlogen. Tijdens een van die ‘pauzes’, zag ik een half verlamde aap op straat. Hij sleepte met zijn achterlijf over de grond en was alleen. Ik heb wat bananen gekocht voor hem en hem die gevoerd. Hij was er blij mee! Gezien mijn lichamelijke toestanden het feit dat er in Agra verder niks te doen is, wilden we maar weer graag aan een zwembad gaan liggen. Nu kostte dat 400 roepies per persoon, maar via Booking konden bij het hotel met het zwembad ook 1 nacht verblijven voor 1700 roepies in totaal. Zo konden we dus deze dag en de volgende dag lekker relaxen aan het zwembad en was de overnachting bijna gratis. Want nu betaalden we ook 1000 roepies voor de kamer met airco. Dus na de film hebben we netjes uitgecheckt en zijn we verhuist. Het was fijn om even niks te moeten of geen lichamelijke inspanning te hoeven leveren en ik kon even aansterken.
We zouden de volgende nacht de trein nemen van een 30 km verderop gelegen station in Tundla. Bij het hotel hadden we al even gevraagd wat een taxi kostte en dat was 1200 roepies. Dat kan goedkoper natuurlijk! Dus wij in de ochtend op straat al een tuktuk driver aangesproken en het geregeld voor 450 roepies! Even telefoonnummers uitgewisseld en afgesproken dat hij ons om 20.00 kwam ophalen. Ook vroegen we aan het hotel of we kosteloos van de kamer gebruik konden blijven maken, aangezien ik nog steeds ziek was. Geen probleem. Dus die dag nog lekker zorgeloos aan het zwembad gelegen, wat gegeten, gedoucht en onze backpack weer ingepakt. Belt de tuktuk driver om 19.40 met het excuus dat hij ons niet kan halen want hij heeft hoofdpijn… Nou lekker dan en lekker op tijd! Dus wij gauw naar beneden, Amber gaat uitchecken en ik in de regen de straat weer op om een nieuwe tuktuk te regelen. Dat blijkt lastig, er staan er twee en beide zeggen dat ze door de regen niet kunnen rijden, dat het op de weg naar Tundla niet veilig is nu. Dus ik druip af naar binnen. En tot mijn grote verbazing zie ik dat Amber staat te foeteren en rood is aangelopen. Ze willen ons 2 overnachtingen rekenen omdat we pas zo laat uitchecken. Ja hallo?! We hebben vanochtend nog gevraagd of we kosteloos in de kamer konden blijven en dat was goed! Kennelijk sprake van een gevalletje miscommunicatie, maar we waren niet van plan om extra te gaan betalen! Ik wilde nog wel akkoord gaan met een half dag tarief, maar Amber was woest en dreigde contact op te nemen met Booking. Na veel gemopper en vele bemoeienissen van verschillende personeelsleden, werd dan toch maar de extra nacht ingetrokken en betaalde we gewoon 1 overnachting. Denk je alles goed geregeld te hebben….niks kan ooit normaal gaan in India! Maar vervolgens waren dus wel weer van hen afhankelijk voor een taxi. Dus ik vroeg op mijn liefst of ze toch een taxi voor ons wilde bellen en vroeg wat dat kostte. Het was 1500 roepies. Nou trok ik die kerel bijna over zijn balie heen, want het was gisteren nog 1200 roepies! AAAARRRGGGHHH!!! Wat een kut volk! (excuus voor het taalgebruik en de frustratie…) Hij gaat na geschreeuw van mij toch maar weer akkoord met 1200 roepies en belt de taxi, hij komt eraan, paar minuutjes. Nou die paar minuutjes werden bijna een half uur en dat werkte behoorlijk op onze zenuwen want we moesten een trein halen en hadden door heel die toestanden al vertraging opgelopen. Nu weten we dat alles tegen kan zitten en bouwen we altijd genoeg speling in, maar nu werden we toch wel zenuwachtig en Amber kon het niet laten nog een paar keer te vragen waar die fucking taxi nu bleef. Eindelijk stond hij dan voor de deur en konden we gaan. Gaat die kerel eerst nog even tanken pffff… Goed zonder benzine komt hij er niet, maar ik druk hem op het hart door te rijden want anders missen we de trein nog. Ja het was hem duidelijk. Maar 2 minuten later stopt hij weer om voor zichzelf wat chips te kopen. Nu was ik zo over de zeik dat ikzelf bijna achter het stuur wilde kruipen, maar Amber was ondertussen weer gekalmeerd en probeerde nu ook mij te kalmeren. Wat een gezeik. Na nog wat gemopper van mij, besluit de taxichauffeur zoals in Grand Theft Auto over de snelweg te racen. Bijna twee keer zagen we ons leven aan ons voorbij schieten toen er een vrachtwagen op ons af kwam gestormd, maar gelukkig werd een frontale botsing voorkomen. Na dit gevaarlijke ritje kwamen we dan toch nog op tijd aan in Tundla. We pakten onze backpacks uit de kofferback en durft die chauffeur nog om fooi te vragen ook. Ik ben lachend weggelopen. Wat een gek!
Goed we hadden het gehaald! Maar wat een grimmig station was Tundla, het voelde meteen niet goed aan. Gauw erachter komen vanaf welk perron onze trein vertrekt en dat bleek perron 3 of 4 te zijn. We moesten met zo’n loopbrug over de perrons heen en op perron 3 en 4 aangekomen nog maar eens gevraagd of we goed zaten. Ja het kon 1 van beide zijn, beetje vreemd maar oke dan maar weer. Er waren weer vele starende mannen en we waren zo goed als de enige toeristen. Ik zag iets verderop een Koreaans stel zitten en daar zijn we maar bij gaan zitten, sta je toch sterker. Zij hadden ook de trein naar Varanasi. We zaten te wachten en wachten, maar er kwam maar geen trein. Ook stond onze trein helemaal niet op het bord. Vreemd! Die Koreanen zaten nog gewoon heel rustig te wachten, dus ik vraag zo van vinden jullie het niet verdacht dat de trein niet komt en er niks op het bord staat. Blijkt dat ze een hele andere trein hebben, die vertrekt later dan die van ons en is een soort sprinter. Hun trein doet er 9 uur over om in Varanasi te komen, die van ons 14 uur! Waarom zitten wij niet in hun trein? Waarom hebben we dit treinkaartje gekregen? Hun trein stond dus wel op het bord, dus we moesten weer over de loopbrug, langs een plakkaat kots om bij de balie te vragen wat er met onze trein is gebeurd. Die heeft vertraging en komt waarschijnlijk pas rond 02.00 aan. Wat?! Moeten we nog 4 uur op dit station zitten. Kijk…behalve dat het midden in de nacht is en er vieze starende mannen staan, liepen er overal kakkerlakken rond, kwam er uit elk gat in de grond een rat opduiken en zaten er vogels in het dak die ons en de backpacks helemaal vol zaten de schijten! Nee dit was geen pretje… Die Koreaanse jongen had al eerder voorgesteld dat we in de vrouwenkamer gingen zitten, een afgesloten ruimte alleen voor vrouwen. Daar zouden we wel veilig zijn. Ik had hem met Amber meegestuurd om te gaan kijken of het wat was en ik bleef met zijn vriendin bij de tassen. Amber kwam terug met het verhaal dat het inderdaad een afgesloten ruimte was, dat er geen enkele vrouw in zat en dat er 10 vieze mannen voor stonden. Nou dat klinkt als een verkrachtingsruimte ipv veilige vrouwenruimte. Ons niet gezien! Dus we besloten om na het nieuws dat de trein 4 uur vertraging had, om ons op te dringen in het kantoortje van de enige kerel die Engels sprak. Hij was er niet zo blij mee, maar we zaten al en waren niet van plan weg te gaan. Dus daar zat hij dan met ons… Loopt er nog even een muis over Amber haar backpack, maar daar kijken we al niet meer van op. Hij zegt dat we beter naar de Station Chef, hij zou onze kaartjes misschien wel kunnen omzetten zodat we in die sprinter mee kunnen. Oke dat klinkt als een goed plan. Dus weer over de loopbrug, langs de kots, naar de andere kant van het station. Daar zit hij dan achter een groot bureau met vele telefoons. We laten onze kaartjes zien en vragen of hij ons alsjeblieft op die andere trein wil zetten. Nee helaas, dat gaat niet. We hebben de kaartjes online gekocht en dan kun je de kaartjes niet omzetten. Pfff…adem in, adem uit. Oke, nou goed hoe zorgen we er dan voor dat we op die sprinter komen? Er waren geen kaartje meer voor de klasse waar je een bedje krijgt, maar alleen voor de ‘general seats’, dan zit je dus tussen de vieze mannen en in de volksmond wordt die klasse ook wel de ‘free massage’ genoemd. Dat gaan we natuurlijk niet doen, dat is wederom een uitnodiging om ons te laten verkrachten. Maar er was een maar…als we nu die ‘general seats tickets’ kochten dan konden we daarmee naar de train chef (oftewel hoofdconducteur) en hem lief vragen of er geen bedje was voor ons. Moesten we dan wel een toeslag betalen, maar er was een kans. Goed we hadden dus twee keuzes: of we zaten uren vast of dit horror station en hoe zeker was het dat die trage trein dan wel kwam, of we kochten die kaartjes en moesten maar hopen dat er plek was. Optie twee klonk het meest aantrekkelijk, dus weer over de loopbrug, langs de kotst en terug naar de kaartverkopers die geen Engels spraken. Na vele gebaren was het nog steeds niet duidelijk dat we twee kaartjes wilden kopen en hij wuifde ons telkens weg. Ik dus weer dat kantoortje binnen gegaan van die wel Engels sprekende jongen en die schreeuwde dus dat we twee kaartjes wilde kopen. Nou weer wat getackeld. Terug naar het perron waar de Koreanen nog zaten te wachten en ook een Spaans stel was erbij komen zitten. Ik zat gewapend met een leeg flesje Sprite en sloeg elke kakkerlak dood die in de buurt kwam, ook ontweken we professioneel de vogelstront en toen kwam de trein binnen zetten. De train chef kwam de trap afgelopen en we snelden naar hem toe, we waren alleen niet de enige die iets van hem moesten. Nadat hij wat Indiërs had afgehandeld waren wij aan de beurt en hij zei dat het 2400 roepies zou kosten. Ondertussen begon de trein te rijden, je moet dan binnen een seconde een keuze maken en we zijn dus de rijdende trein ingesprongen met de train chef achter ons aan. Het eerste bedje was vrij en Amber en ik gingen daar samen op zitten. We hadden besloten dat we deze trein niet meer uit gingen, maar gingen ook niet die belachelijke 2400 roepies betalen (een treinkaartje kost normaal 600 roepies pp). De train chef kwam aanzetten en riep dus weer dat het 2400 roepies was, we zeggen dat we dat niet hebben en dat we best samen een bedje willen delen. Kunnen we hier niet gewoon blijven zitten met z’n tweeën? Nee dat ging niet. Hij had een lijst en daarop zat hij maar te puzzelen. Hij moest kennelijk uitvogelen wie er wanneer uit zou gaan of waar er nog een vrij bedje was. Hij verdwijnt weer. Ik besluit al het geld uit mijn portemonnee te halen en er 1000 roepies in te laten zitten. Hij komt terug en zegt dat hij twee bedjes heeft gevonden, maar die zijn in andere treincoupés. We zeggen dat we dat niet doen, dat we dan liever samen op 1 bedje slapen en dan we elkaar niet uit het oog willen verliezen. De discussie over de 2400 roepies begint weer opnieuw, Amber trekt haar zieligste gezicht en zegt dat we echt niet zoveel geld hebben, waarop ik mijn portemonnee pak en laat zien dat we maar 1000 roepies hebben. Ik pak dit eruit en zeg dat het voor hem is, als hij gewoon 1 bedje voor ons regelt. Weer verdwijnt hij en een paar minuten later staat hij weer voor onze neus en zegt ‘Come!’. Dus wij achter hem aan, in het tussenstuk van de trein zegt hij plots ‘Money!’, dus ik pak die 1000 roepies en geef die aan hem. Hij stopt ze gauw weg in zijn borstzakje en we lopen de coupe binnen en hij wijst een bedje aan. Het is gelukt!! We hebben hem gewoon omgekocht en een bedje bemachtigd. Toen we door de coupe liepen werd ik ineens bij mijn arm gegrepen, was het die Spanjaard. Hij zei dat hij samen met zijn vriendin in 1 bedje ging slapen en dat wij dus het andere bedje mochten hebben. Amber en ik hebben het even geprobeerd om opgefrommeld en op elkaar liggend in het ene bedje te slapen. Het was het bovenste bedje en er was dus maar weinig bewegingsruimte en de kans dat we naar beneden zouden donderen. Het was me al gauw duidelijk dat we zo geen oog dicht zouden doen en die Spanjaarden zaten maar twee plekjes verderop. Amber bleef hier liggen en ik ging terug naar de Spanjaarden om te vragen of ik echt in dat bedje mocht slapen en dat was geen probleem. Ze waren helemaal panisch om bestolen te worden en zaten met z’n tweeën met hun backpacks en rugzakken in één zo’n bedje. Ach ja, ik kon languit gaan liggen en heb nog best goed geslapen. Amber en ik hebben altijd wat koekjes en bananen bij ons als ontbijt en dat hebben we dankbaar met de Spanjaarden gedeeld. Dit was de ergste nacht in India, maar wat een avontuur!!!! Zo lig je de hele dag nog onbezorgd aan het zwembad en zo staat alles ineens op zijn kop en gaat alles mis… Maar uiteindelijk komt alles altijd wel weer goed ;)
Varanasi
Nou daar zijn we dan eindelijk in Varanasi, of eigenlijk ook weer een station in een nabijgelegen stadje. Het is een heilige maand in India en vele pelgrims zijn op weg naar Varanasi, dat heeft ervoor gezorgd dat de treinkaartjes uitverkocht waren. We moeten dus op zoek naar een tuktuk en dat is nooit moeilijk, want je zet 1 tap op het perron en er staan er al 5 voor je neus. Amber en ik hebben de tactiek ontwikkeld om ver door te lopen en dan zelf iemand aan te spreken. Helaas pakt dat niet altijd het beste uit… Zo hadden we dus iemand gekozen en in prijs onderhandeld. Hij vond het wat laag maar ging akkoord. Wat we niet wisten, was dat hij natuurlijk wat aan die prijs probeerde te doen. Zo ging hij met ons in de tuktuk nog op het station staan wachten. Na alles wat we die nacht hadden meegemaakt, zaten we hier echt niet op te wachten. We vragen hem dan ook of hij niet gewoon kan vertrekken. Hij wimpelt ons een beetje af met, maar na 10 minuten vind ik het wel genoeg. Hij kan of nu vertrekken of we zoeken iemand anders. Hij start dan toch zijn tuktuk maar. Het is echter nog niet over. Hij rijdt zo langzaam en roept naar mensen langs de weg dat hij naar Varanasi gaat. Twee mannen stappen in, een aan elke kant van hem. Ze stappen na enkele kilometers ook weer uit. Dan wil hij een kind meenemen en hij zegt dat ze maar bij ons op schoot moet gaan zitten. Sorry maar ik was niet in een al te best humeur en heb even erg bot duidelijk gemaakt dat dit niet ging gebeuren en hij nou echt door moest gaan rijden. Allejezus zeg! We komen aan in Varanasi waar hij ons bij een kruispunt afzet en zegt dat hij niet verder kan. Dat mag zogenaamd niet van de politie. Op mijn mobiel kan ik zien dat ons guesthouse nog best een eindje weg is, dus ik zeg rij gewoon door. Hij begint te mopperen en schreeuwen dat dat niet gaat. Maar ik zie gewoon andere tuktuks de straat in rijden! Ahhh wat een gedoe weer. Hij is echt niet van plan verder te rijden, dus we stappen maar uit en lopen met Google maps in de richting van het guesthouse. Het is bloedheet, mega druk, we zijn moe en nog steeds ziek, zwak en misselijk. We nemen dan toch maar een fietsriksja, na weer onderhandelen over de prijs stappen we in en laten hem beloven dat hij ons bij het guesthouse afzet en niet ergens anders. Het is heuvelopwaarts en hij heeft het zwaar met ons en onze backpacks in zijn fiets, dus ipv fietsend gaat hij duwend de heuvel op. Heuvelafwaarts gaat dan wel beter, gelukkig voor hem. We hadden al bijna medelijden, bijna…. Want ook hij stopt bij een kruispunt en zegt dat hij niet verder kan. Weer bullshit want ik zie andere riksja’s op de weg rijden! Dus wij weer mopperen en ik blijf gewoon stug zitten en zeg dat hij ons maar gewoon brengt. Hij spreekt andere mensen nog aan die zijn verhaal bevestigen maar ik ga die fucking riksja niet uit! Hup rijden met dat ding! Met veel tegenzin gaat hij de drukke straat in en weer probeert hij medestanders te vinden die ons moeten overtuigen van het feit dat hij niet verder kan. Het kan wel, hij wil niet! Op een gegeven moment kan hij inderdaad echt niet verder en moeten we nog een klein stukje over de weg voordat we onze weg in een smal steegje moeten gaan vinden. Maar hij heeft zeker nog 1 km gefietst en dat was voor ons een hele winst. We worden gelukkig vriendelijk ontvangen in ons guesthouse en ook de kamer is prima. Op het balkon, gelukkig wel achter tralies, zitten wat apen en natuurlijk kan ik het niet laten om ze onze koekjes te voeren! We besluiten op pad te gaan en die menigte in het oranje geklede pelgrims maar eens van dichtbij te gaan bekijken. We kijken onze ogen uit, wat een bizarre wereld. Je loopt in nauwe steegjes waar ze met een scooter doorheen rijden, waar koeien doorheen lopen, waar overal afval ligt. Vervolgens kom je op een grotere weg, die normaal begaanbaar is voor auto’s, maar nu is afgezet vanwege de vele pelgrims. Er staan dranghekken langs de weg, zodat mensen netjes in de rij gaan staan om een tempel binnen te gaan. Overal op straat staan mensen met hun verkoopwaar, van fruit en groente, tot oranje gekeurde kleding en kettingen, potjes om Ganges water in mee te nemen, chai thee en offergaven. Het is een gekkenhuis! We vinden onze weg naar de belangrijkste Dahashwamedh Ghat, volgens de legende heeft Brahma deze gecreëerd om Shiva welkom te heten, en het is hier super druk. Bedelaars zitten langs de weg. Kappers zijn bezig met mensen kaal scheren en knippen. Hele groepen pelgrims storten zich in de Ganges, dompelen zich onder, bidden, vullen hun potjes en nemen hele slokken van de Ganges. Het is een bizar schouwspel! We zijn de enige blanken daar en voelen ons redelijk ongemakkelijk. Na wat foto’s gaan we gauw even wat lunchen. Even bekomen van de indrukken. We lopen terug richting het guesthouse en besluiten om wat verder door het doolhof van steegjes te lopen. We komen bij een andere ghat aan en hier is het heel rustig. Er zijn in totaal 87 ghats in Varanasi en ze hebben alle een specifieke functie, zo worden sommige uitsluitend gebruikt voor puja’s (ceremonies) en andere alleen voor crematies. Bij deze gebeurt er niks, er staan wat geitjes en een groepje mannen spelen een spelletje. In de avond vinden we een leuk Koreaans restaurantje, even geen Indiaas eten. Mijn maag kan het ook niet meer aan en het wat neutralere Koreaanse eten is een verademing. De rest van de dag doen we rustig aan, want ik ben nog steeds niet lekker. De antibiotica slaat nog niet echt aan en ik begin nu ook meer last te krijgen van misselijkheid. En dat je dan in de meest stinkende stad van India zit helpt niet mee.
De volgende ochtend moeten we heel vroeg op, we gaan vanaf een bootje de zonsopgang bekijken en krijgen een rondleiding van de hotel manager. Bij het opstaan ben ik echter kotsmisselijk en ik hang even boven de wc. Lekker wakker worden… Bij elke koeienvlaai die ik tegenkom, draait mijn maag zich weer om. We komen weer aan bij de grootste ghat en daar krijgen we een kopje chai thee, ik sla vriendelijk het aanbod af. Vervolgens door de drukte, je zou het niet denken, maar om 5 uur is het al super druk met alle pelgrims, een bootje op. Vanaf een afstandje kunnen we de ochtendrituelen aanschouwen. Het blijft bizar. We varen langs de verschillende ghats en zien daar ook mensen baden en in de verte zien we een crematie. We zien niet veel meer dan wat smeulend hout. Later komen we weer aan wal bij een van de crematies ghats. We zien dat een boot vol ligt met brandhout. Ook aan wal ligt het brandhout meters hoog opgestapeld. Langs de kant van de weg kun je kruiden kopen en offergaven, dat verbrand je dan mee met de overlevende en dan stinkt het minder. Goed om te weten want even later mogen we bij een crematie gaan kijken. Daar sta je dan, op 1 meter afstand van nog wat smeulend vuur. Een lichaam was er niet meer in te bekennen. Erg vreemd dat de familie gewoon naast je staat en er geen probleem mee heeft dat je er bent. Een oude man loopt met een handjevol naar de Ganges en gooit het erin. De hotel manager legt uit dat hij de familie oudste is en dat tijdens de crematie niet alle botten helemaal verbrand worden. Deze worden dan dus handmatig in de Ganges gegooid. We zijn er wat stil van. Hoe bizar is dit! Het is alleen niet zo aangrijpend als ik misschien wel had verwacht, of niet zo eng ofzo. Misschien ook omdat we dus niet echt een lijk hebben gezien. Het is wel een van de vreemdste ervaringen van mijn leven. Interessant om misschien te weten, de Hindoes geloven natuurlijk in reïncarnatie en als je in Varanasi sterft en wordt verbrand op de Ganges dan doorbreek je deze cirkel en ben je bevrijdt voor altijd. Dan bereik je het nirwana. Maar als kinderen sterven of vrouwen die zwanger zijn, dan wil je de cirkel nog niet doorbreken. Ze krijgen dan de kans om nog een keer terug te keren naar de aarde om een heel leven te voltooien. Deze overleden worden dan dus niet verbrand, maar er wordt een steen aan ze geknoopt en ze worden op de bodem van de Ganges achtergelaten…. Alsof het al niet erg genoeg was dat mensen bidden en water drinken uit dezelfde rivier als waar lijken op worden verbrand, mensen zich in wassen en in ontlasten. Nee tot overmaat van ramp liggen er ook nog honderden lijken op de bodem weg te rotten! Gatverdamme… Maar onze hotel manager is echt overtuigd van de genezende krachten van het Ganges water en laat foto’s zien van toeristen die ook in de Ganges hebben gelegen. Ik ben al ziek genoeg en we willen ook nog lang niet dood, dus dit staat niet op onze Bucket list. We worden verder meegenomen naar een tempel die in Nepalese stijl is gebouwd en terug door de smalle steegjes van Varanasi naar het guesthouse. We bedanken hem vriendelijk en zoeken een plekje op om te ontbijten. Ik krijg echter echt geen hap door mijn keel en ben genoodzaakt om de rest van de dag op bed te gaan liggen. Maar elke avond is er een speciale ceremonie en deze wil ik toch niet missen! Dus je raapt jezelf weer bij elkaar en gaan met die banaan. We hadden van een Duits stel gehoord dat zij die dag ervoor waren geweest, dat het echt heel erg druk was en ze zich nogal onveilig hadden gevoeld. Het beste is om niet tussen de menigte te staan maar om het spektakel vanaf een bootje te bekijken. Met niet meer dan 100 roepies en een fototoestel gaan we de deur uit, als we niks bij hebben kan ook niemand ons bestelen. Het is inderdaad weer een gekkenhuis en nog drukker dan die ochtend. We banen ons een weg door de menigte naar de waterkant en iemand vraagt of we op een bootje willen. Ja dat willen we, hij wil weer een achterlijk hoge prijs natuurlijk en we zeggen dat we niet meer dan 100 roepies bij ons hebben. Hij gaat akkoord, natuurlijk want dat is de normale prijs! We moeten over verschillende bootjes klauteren om bij een achteraf gelegen bootje te komen, betalen doen we later. Eigenlijk kunnen we niet zo goed zien wat er aan de waterkant gebeurd, wel hebben we een prima uitzicht op de priesters die op een dak staan te zingen en klappen, maar dit is lang niet zo interessant. We klauteren dus over dezelfde bootjes weer naar voren en vinden nog ergens een plekje. Het lijkt niemand wat te interesseren dat we daar gaan zitten. We hebben echt het beste uitzicht zo en zien hoe mensen zich dus vol overgave de Ganges instorten. Ook zit er een priester, hij strooit bloemblaadjes in de Ganges, wappert met wat veren en speelt met vuur. Een vader zit met zijn twee schattige zoontjes in de Ganges en ze spelen met de kaarsjes die erop drijven. Er worden spreuken geschreeuwd en geklapt en als ik mee gaan doen, krijg ik duidelijk positieve respons van de pelgrims in het water. Ze vinden het wat prachtig! Er lopen twee kleine jongetjes rond die kaarsjes verkopen en dat proberen ze dus ook aan ons te doen. Maar helaas hebben we dus echt geen geld meer! Eén van die jochies vindt ons aardig en geeft ons gratis 1 van zijn kaarsjes. Dan smelt je hart toch! We doen het ritueel na, je moet die kaarsjes een paar keer voor je gezicht een bepaalde kant opdraaien, we hebben geen idee of we het goed doen maar doen ons best om vervolgens het kaarsje vrij te laten op de Ganges. We hebben onze ogen uitgekeken en werkelijk waar enorm genoten. Wederom heel bijzonder!
Amritsar
Na de laatste dag in Varanasi voornamelijk in bed te hebben doorgebracht, stapten we eind van de middag op het vliegtuig naar het in het noorden gelegen Amritsar. In de ochtend wilde Amber nog heel graag een lassi (yoghurt drankje) en dat gingen we na het ontbijt dus nog halen. Het was de lekkerste ooit, maar ze heeft er ook nog nooit zoveel spijt van gehad. We kwamen midden in de nacht pas aan bij ons hotel in Amritsar, wat werkelijk waar verschrikkelijk was. Het was een vieze muffige kamer en Amber werd met de minuut zieker. Er hing een soort benzine lucht en uiteindelijk hield ze het niet meer. Ze heeft heel de nacht boven de wc gehangen en het kwam er aan alle kanten uit. Eigenlijk wilde we maar 1 dag in Amritsar blijven, maar dat ging zo dus niet. Amber kon in deze toestand niet nog gauw de Gouden Tempel bezoeken om vervolgens uren in een bus te zitten. Tot overmaat van ramp kropen er ’s nachts ook nog wat beestjes over het bed en we hebben dus amper geslapen. In de ochtend hebben we dan ook gauw weer een luxe hotel met zwembad geboekt en bij het uitchecken hebben we gezegd dat we ontevreden waren omdat er beestjes in het bed zaten. De eigenaar was heel schappelijk en berekende geen kosten voor de overnachting. Natuurlijk probeerde hij ons een ander hotel aan te smeren, maar we hadden onze zinnen al gezet op het luxe hotel. We konden, ook al was het veel vroeger dan de gebruikelijk inchecktijd, al snel naar een kamer en we hebben prinsesheerlijk in onze schone bedden geslapen! Zo snel als Amber ziek was, zo snel knapte ze gelukkig ook weer op. Ze hoefde even niks te eten, maar voor de rest bleef alles wel weer binnen. Op het eind van de middag hebben we dan toch de Gouden Tempel maar bezocht. Je moet je hoofd bedekken en je voeten wassen voordat je binnen mag. Het is het belangrijkste heiligdom van de sikhs en iedereen die wil mag de tempel betreden ongeacht ras, huiskleur, geslacht of geloof. De sikhs zien er nogal typerend uit, ze hebben allemaal een tulband en een baard. Bij het betreden van de binnenplaats, waar je de Gouden Tempel te midden van een meer ziet liggen, voel je de rust en sereniteit al. Bij binnenkomst kun je een handje rijst of zoiets krijgen, het stonk enorm dus dit hebben we maar niet gedaan. Amber moest haar best doen om niet weer over haar nek te gaan… Binnen kun je ook een glas water krijgen. Je moet even in de rij staan om de tempel binnen te mogen, ze laten elke keer een groepje mensen binnen. Voordat je binnengaat knielen mensen bij de drempel en raken deze even aan met hun hoofd. Dus dat hebben Amber en ik ook maar gedaan. In de tempel zaten priesters en werd er muziek gemaakt. We konden in de tempel rondlopen en de verschillende etages bekijken en de mensen waren zeer vriendelijk. Rondom het meer is er ruimte om te bidden en kun je ook weer het water in om jezelf te ‘reinigen’. Het was zeer de moeite waard om mee te maken. We waren een van de weinige toeristen en buiten aangekomen zie ik dat een man ziet dat wij hem en zijn kleuter, die de andere kant op loopt, naderen. Het zal wel geluk brengen ofzo voor zijn kind, want zonder twijfelen tilt hij de kleuter op en slingert hem tegen mij aan. Zo heeft hij me toch even aangeraakt. De kleuter was denk ik net zo verbaasd als ik! We gaan nog een winkeltje in waar ze tulbanden verkopen, want Amber wil er een voor haar oom meenemen. Ze hebben ze in alle kleuren en maten. Het wordt een blauwe. Maar ja hoe moet zo’n ding nou om en hoe moet Amber dat thuis uitleggen? Je voelt hem al aankomen, ik was het proefkonijn en vakkundig werd de blauwe stof om mijn hoofd gewikkeld en Amber kon dit filmen. Ik heb de tulband voor de lol maar op gehouden en zo zijn we wat gaan eten bij de Subway, waar ik een complimentje kreeg: ‘nice turban madam’. Enig toch?! Ik voelde me verder niet voor paal staan hoor! Op straat wilde nog wat jongens met me op de foto en je zag mensen hun hoofd nog eens omdraaien om te bevestigen wat ze zojuist zagen, een blank meisje met een blauwe tulband! Het was hilarisch! Die avond nog heerlijk geslapen in onze lekkere bedjes en de volgende dag gingen we op weg naar de bergen.
McLeod Ganj
Er stond een lange reis voor de boeg, eerst een uur of 4 in de bus naar Pathankot om daar over te stappen op de bus naar Dharamsala. Dit verliep geheel soepel! Ook wel eens fijn voor de afwisseling ;) Vanuit Dharamsala moesten we dan weer een bus nemen verder de bergen op naar het dorpje McLeod Ganj. Eigenlijk paste het niet maar we werden de meest krakkemikkige bus ever in geduwd. De deur kon nog net dicht en als mensen eruit wilde moesten ze over ons en onze backpacks heen klimmen. Maar we zaten in de bus en waren weer op weg naar onze eindbestemming! McLeod Ganj is het hoofdkwartier van de Tibetaanse overheid in ballingschap en de woonplaats van His Holiness de 14de Dalai Lama. Er wonen vele Tibetaanse vluchtelingen en je ziet dan ook regelmatig in Tibetaanse monnik in vol ornaat door de starten lopen. Het is echt een super schattig bergdorpje, met een klein centrum waar langs de straten kraampjes staan waar de Tibetanen souvenirs aan de man proberen te brengen. We hadden een leuk hotel gevonden met mooi uitzicht op de vallei. Het was heerlijk om even uit de hitte te zijn, niet continue te zweten en te verkeren in een soort staat van rust. Want dit dorpje is zo veel rustiger dan we tot nu toe hadden meegemaakt. Niet de hele tijd getoeter en ook de Tibetanen zijn niet zo opdringerig en schreeuwerig als de Indiërs. We waren heel erg blij om onze reis hier af te kunnen sluiten.
We hadden eigenlijk bedacht dat we een trekking wilde doen hier, het liefst met overnachting op de berg. Dit werd alleen door iedereen sterk afgeraden in verband met het wisselende weer. Maar we konden wel zelf een korte trekking doen. Dus de volgende ochtend gingen we op pad, eerst over de weg richting het hoger gelegen dorpje Dharamkot om vervolgens onze weg naar de waterval van Bhagsu te vinden. De weg naar Dharamkot was vrij gemakkelijk, maar ik merkte toch echt dat mijn lichaam niet deed wat ik ervan gewend was. Ondertussen was mijn stoelgang eindelijk weer genormaliseerd en ook de misselijkheid was weg. Maar al die tijd ziek zijn had meer impact op mijn lichaam en conditie gehad dan ik dacht en dat ondervond ik dus nu. Als een slome uitgezakte geit liep ik bergopwaarts achter Amber aan; zwetend, hijgend en puffend. Terwijl Amber gewoon op haar teentjes als een jong vitaal berggeitje naar boven trippelde. Op weg naar Dharamkot kwamen we nog langs het Tibetan Institute of Performing Arts; dit instituut probeert de Tibetaanse cultuur te waarborgen. We kregen een kleine rondleiding en zagen hoe er werd gewerkt aan de kostuums die ze gebruiken voor optredens. Ook was er een groepje jongeren aan het repeteren en we mochten even genieten van Tibetaanse dans en zang. Het genootschap reist ook regelmatig naar het buitenland voor optredens, om zo andere mensen inzicht te geven in de Tibetaanse cultuur. De weg vervolgde bergopwaarts tot Dharamkot en vanuit daar moesten we de weg naar de waterval zien te vinden. De weg naar Bhagsu was dan weer bergafwaarts maar was niet echt een weg, we moesten een beetje door het dorpje en uiteindelijk liepen we door een maisveld en konden we niet meer verder… Hmm dit was vast niet goed. Stukje terug gelopen en nogmaals de weg gevraagd en toen werden we in de juiste richting gewezen. Door een stukje bos kwamen we in het volgende dorpje terecht, waar we even hebben zitten lunchen. Apart om te zien dat de toeristen die hier komen van die echte hippies zijn. Ik vraag me dan af of ze een statement willen maken of dat ze gewoon zo zijn. Ze hullen zichzelf in gewaden, doen daar een cursus houtbewerking, hebben dreads en het lijkt ook of persoonlijke hygiëne geen enkele prioriteit meer heeft. Of ze doen aan waterbesparing om zo hun steentje bij te dragen aan het milieu, maar ga dan gewoon af en toe in de rivier liggen alsjeblieft! Ieder z’n ding natuurlijk…. Op onze weg naar de waterval, waarvan we hadden verwacht dat die ergens in de wilde natuur zou liggen, kwamen we door een druk dorp met heel veel Indiase mannelijke toeristen. Nu zijn we gedurende al die weken India al heel wat aangestaard en aangesproken, maar dit overtrof alles. Het was een zee van mannen die zichzelf allemaal bijster interessant en knap vonden en ze voelden dan ook allemaal de behoefte om naar ons te kijken en contact te maken. Wel duizend keer werd er geroepen ‘Snap please?!’ waarmee ze bedoelen te vragen of we met ze op de foto willen. Nou nee dankjewel, we slaan even over… We werden er echt mega chagrijnig van en als tot overmaat van ramp er zo’n gastje met zonnebril op je af komt lopen en je vast wil gaan pakken dan is bij mij toch de maat echt wel vol! Ik heb hem hardhandig weggeduwd! Wat denkt hij wel niet, dat hij het recht heeft om zomaar elke vrouw te betasten. Sodemieter op zeg! Om de waterval te bekijken moesten we weer een stukje bergopwaarts over een smal paadje. Echt geen pretje tussen al die mannen, waarvan sommige je ook nog eens achtervolgen. We zijn snel omhoog gelopen, hebben de waterval gezien en zijn nog harder weer naar beneden gelopen en gauw onze weg vervolgt terug naar onze lieve Tibetanen in McLeod Ganj. Wat een stom volk!
De volgende ochtend begonnen we lekker actief met een lesje yoga. Zonder enige introductie werd de les begonnen en Amber en ik hebben ons in allerlei bochten gewrongen gedurende 1 ½ uur. Gelukkig liepen er wat yoga docenten in opleiding rond die ons wat konden helpen, wat de docent was nauwelijks verstaanbaar en het tempo redelijk hoog. Maar het was heerlijk om te doen en fijn om even alle spieren van je lichaam te gebruiken. In de middag hebben we een bezoekje gebracht aan het Tsuglagkhang Complex, dit bevat een Tibetaanse tempel, de officiële residentie van de Dalai Lama en het Tibetaanse Museum. Het was mooi om te zien hoe er tientallen monniken in de tempel waren om met elkaar te discussiëren. Wat ze dan doen is tegenover elkaar gaan staan en degene die aan het woord is zet kracht bij zijn woorden door hard in zijn handen te klappen. We hadden natuurlijk geen idee waar ze het over hadden… Maar ook hier waren weer hordes Indiase mannen die ons het leven zuur maakte. We zitten gewoon rustig naar de monniken te kijken om vervolgens door al die domme mannen omsingeld te worden. En ze gaan gewoon niet weg hè?! Of we nou vriendelijk nee zeiden, ze negeerden of bot tegen ze deden. Ze bleven gewoon staan, maakten foto’s van ons en staarden ons aan. Pfff, je bent hier als een bezoeker in een Tibetaanse tempel en waar sta je naar te kijken, naar twee blanke meisjes! We deden nog even navraag of de Dalai Lama geen tijd had voor een theetje met ons, maar dit was helaas niet het geval. Het Tibetan Museum was erg aangrijpend, de situatie in Tibet is geen pretje voor de Tibetanen zelf. Ze worden door de Chinezen enorm onderdrukt en afgelopen jaren hebben vele mensen zichzelf in brand gestoken om zo politieke aandacht te vragen en op te komen voor hun eigen vrijheid. Sta je daar met tranen in je ogen naar een film te kijken, komen er toch weer van die Indiërs vragen of ze met ons op de foto mogen. Onrespectvoller kan haast niet… Ik hoop dat de situatie in Tibet ooit verbeterd, een volk dat gelooft in vrede, compassie en het oplossen van conflicten zonder geweld. De Chinese bezetting van Tibet is voor vele van jullie wel bekend. In 1949 viel China Tibet binnen vanwege de strategische ligging, de imperialistische ambities van de Chinese Communistische Partij, de aanwezigheid van grondstoffen en de overtuiging van China dat Tibet van oudsher bij het Chinese moederland hoort. Naar schatting zijn meer dan een miljoen Tibetanen gestorven door de bezetting en vele zijn gevlucht. De Tibetanen voeren een geweldloze strijd om hun vrijheid terug te winnen, hiervoor ontving de Dalai Lama in 1989 de Nobelprijs voor de Vrede. De strijd is niet langer gericht op onafhankelijkheid, maar op een ware autonome status voor Tibet binnen de Volksrepubliek China. Helaas zijn er tot op heden nog geen concrete resultaten bereikt. Meer druk van de internationale gemeenschap op China is nodig om tot een duurzame oplossing te komen. Helaas lijkt het omgekeerde te gebeuren. Van 14 tot 22 september is de Dalai Lama in Engeland en de Britse regering heeft onder Chinese druk besloten om hem op geen enkele manier te ontvangen. Het is schandalig dat er zo wordt omgegaan met iemand die staat voor vrede en mededogen. Om aandacht hiervoor te vragen zou ik jullie willen verwijzen naar de websites stopchina.nl, savetibet.nl en openarms2015.net.
Die avond hebben we ons nog even verder ondergedompeld in de Tibetaanse cultuur en hebben we in de bioscoop de film ‘Kundun’ bekeken. Een aanrader! De volgende ochtend was de laatste dag in McLeod Ganj, Amber is in de ochtend nog naar een yoga les geweest en ik heb me op dit boekwerk gestort. Voordat we ’s avonds de bus instapten zijn we nog gaan dineren bij ons favoriete restaurant. Echter, toen het tijd was om naar de bus te lopen, begon het enorm te regenen. We hadden geen keuze en moesten toch echt door deze stortbui naar de bus. We hebben ons in meerder poncho’s gewikkeld om niet alleen onszelf maar ook onze tassen droog te houden. En toen hebben we het op een rennen gezet! De weg leek wel een rivier geworden en we stonden dan ook tot onze enkels in het water. Eenmaal bij de bus aangekomen waren we vanaf ons kruis tot onze tenen doorweekt, maar ons bovenlijf en de tassen waren droog! We hadden de nachtbus terug naar Delhi en met een slaappil op hebben we prima geslapen.
De laatste dag in Delhi hebben we niet zoveel meer gedaan, even alle foto’s en filmpjes uitgewisseld en op een terrasje gezeten. En ’s avonds onze laatste avond goed afgesloten met een lekker etentje en een biertje. Ik vertrok de volgende ochtend al vroeg naar Thailand en Amber zou later die dag terug naar Nederland vliegen.
Al met al hebben we een top tijd gehad in India. Ondanks alle frustraties en tegenslagen, waren er dus ook vele overwinningen en mooie, bijzondere momenten. Ik ben enorm dankbaar dat ik dit met Amber heb mogen delen en ben blij dat ze het een maand met me heeft volgehouden ;) We waren een goed team en de Indiërs hebben ons niet klein gekregen!
Dankjewel lieve Amber voor dit onvergetelijke avontuur! Love you!
En ik hou van jullie allemaal!!!
Liefs Carmen


Wat een avontuur weer! De wereld heeft rare kostgangers en jullie hebben er veel ontmoet. Een ervaring voor het leven dus. Fijn ook dat je ondanks alle darmperikelen redelijk ongeschonden uit de strijd bent gekomen. Dat had veel erger kunnen zijn. Gelukkig zit je nu lekker in Thailand om even te chillen en aan te sterken. X
Ik had de reacties van die Indiase mannetjes graag gezien als jij in e "don't mess with Carmen stand" bent...You go girl!! Respect!
Hopelijk kun je nu weer een beetje op adem komen en wat aansterken na alle Delhi belly ellende!
xxxx
Wilma
Liefs vanuit Nederland en dikke knuffel xxx